“Majesteit, mag ik proberen u in slaap te zingen”, zei de minister van kunst hoogst persoonlijk. “U weet toch: ik sloeg nooit een slecht figuur in uw Koninklijke opera.” “Wat zou opera toch prachtig zijn als er geen zangers zouden bestaan.”, dacht Otto. “Zing man. Ga je gang. Het lukt je toch niet om mijn broer in slaap te zingen.”
Op een mooie donderdag ging ik wat uit wandelen
Toen ik een mooi vrouwtje zag
Met ogen als amandelen
Vrouwtje, kom eens even hier
Wil u wel kusjes geven
Even in de luwte hier
Het is niet voor het leven
Op die mooie donderdag toen ik wat ging wandelen
En ik dat lief vrouwtje zag
Met ogen als amandelen
Vrouwtje kwam toen dichterbij
Groot was mijn verlangen
Even in de luwte
En sloeg mij op de wangen
Maar hoe goed minister Bariton van kunst ook zijn best deed, de koning bleef wakker. Nou ja, hij was eigenlijk op een haartje na dood.
Toegevoegd door Sanderxx op ma 04 apr, 2011 10:45 am