Joost Nuissl

Joost Nuissl
in de restauratie

Toen de avond weer eens daalde op dezelfde gore stad
Waar ze veertien dagen terug was aangekomen
Begon ze plotseling te huilen, allebei haar wangen nat
Het was zo lang de stad ooit in haar dromen

Met zovelen en toch helemaal alleen
Zoveel plaatsen en toch kon ze nergens heen
Zoveel mensen en ze kende er niet één
En ze heeft de tram naar het station genomen

In de restauratie bleef ze bij de deur verregend staan
Ze dacht dat iedereen op haar zou letten
Maar een man met heldere ogen nam haar op en sprak haar aan
Hij had een tas vol folders en pamfletten

Ze begreep nog niet de helft van wat hij zei
Maar toch werd ze weer een heel klein beetje blij
Want zo aardig en zo vriendelijk was hij
En hij gaf haar voor de schrik een paar tabletten

Na een uur nam hij haar mee, hij woonde ergens aan een gracht
Hij had een arm om haar heen geslagen
En ze liet het maar gebeuren, het kwam vreemd en onverwacht
Na de afgelopen veertien dagen

Op een butagasstel bloesemthee gezet
En toen mompelde hij iets van "Jezus redt"
En ging daarna uitgebreid met haar naar bed
Aah, de pijn was al met al best te verdragen

Hij vertelde over Jezus die de weg was en het licht
En ze is een hele maand bij hem gebleven
Maar toen zei hij dat ze weg moest gaan, want het was haar plicht
Te getuigen van het wonder in haar leven

Maar voordat ze zelfs de trap was afgedaald
Voelde zij zich alweer helemaal verdwaald
Zo onzeker dat ze dacht: ik ben bepaald
Nog niet geroepen om de boodschap door te geven

En dus liep ze weer naar boven en ze smeekte hem om raad
Maar hij zei dat zij het zelf maar moest klaren
Dat hij alles geprobeerd had maar voor haar was het te laat
De duivel was al in haar ziel gevaren

Dat ze weg moest gaan, hij was haar liever kwijt
Want ze had 'm al een keer te vaak verleid
Dat hij bidden moest omdat hij tot z'n spijt
Haar de liefde niet had kunnen openbaren

En hij duwde haar de trap af, ze viel meer dan ze liep
En voelde zich beslist niet uitverkoren
Toen ze eindelijk beneden was, hoorde ze hoe hij riep
Dat ze hem niet meer moest komen storen

En tenslotte stond ze weer alleen op straat
En ze wist niet of het vroeg was danwel laat
Maar toen ze opkeek was de hemel inderdaad
Rood en grijs zoals bij ieder ochtendgloren



(c) Joost Nuissl

tauzefien

Toegevoegd door tauzefien op di 29 apr, 2003 12:00 am

Auteur: ?
Componist: ?
Uitgever: ?
Taal: Nederlands

Reacties

CommonCrawl [Bot]

Volg Muzikum