Louis Neefs

Ze zeggen dat de mens gemaakt werd van slijk
Maar d'een die blijft niet aan de ander gelijk
De koolputter heeft een hart van goud
En vuisten van ijzer waarop hij vertrouwt !

Hij houwt zestien ton anthraciet
Alweer een dag ouwer, maar rijk wordt ie niet
Z'n lot dat is te werken voor 't daaglijks brood
Dag in en dag uit, tot de dag van z'n dood !

Hij moet er vroeg uit, voor het zonnetje schijnt
Dan pakt ie z'n houweel en daalt af in de mijn
Daar hakt ie, en daar graaft ie, en doet z'n plicht
Steeds meer vreet het kolenstof in z'n gezicht !

Hij houwt zestien ton anthraciet
Alweer een dag ouwer, maar rijk wordt ie niet
Z'n rug, die kromt zich meer en meer naar de grond
Maar zonder de mijn komt ie ook niet rond !

En toch zijn er ook lichtpuntjes in z'n bestaan
Want anders was het héél gauw met hem gedaan
Hij droomt ook z'n dromen, bouwt een toekomstplan
Hij weet dat het eens beter worden kan !

Hij houwt zestien ton anthraciet
Alweer een dag ouwer, maar rijk wordt ie niet
Maar hij is niet veeleisend, al wat hij vraagt :
Een beetje geluk als het God behaagt !

En als hij héélde week heeft gewerkt in de mijn
Komt ein'lijk toch de zondag en die mag er wel zijn
Als dan z'n vrouw hem met een kus wekken komt
Vergeet hij die mijn en dan schijnt de zon !

Hij houwt zestien ton anthraciet
Alweer een dag ouwer, maar rijk wordt ie niet
Het geld kan hem niet schelen, hij heeft vrouw en kind
Die hij hier op aard boven alles bemint !

(c) Tekst : Erik Franssen & Van Aleda
Muziek : Merle Travis

Jacques

Toegevoegd door Jacques op zo 29 feb, 2004 1:00 am

Auteur: ?
Componist: ?
Uitgever: ?
Taal: Nederlands

Reacties

CommonCrawl [Bot]

Volg Muzikum