Kléan

Kléan
HET WAREN NEGEN SOLDATEN

Het waren negen soldaten, des morgends vroeg opgestaan.
Op vrijbuit dat zij gingen, nu hoort ik zal u zingen,
Hoe het hen wel is vergaan.

Zij gingen zitten drinken, het was hun geen geluk
Hun rijk en stond niet lange, de maarschalk nam ze gevangen,
Hij bracht z'al in den druk

Dat hoorde daar een maagdeke, dat in de toren kwam,
Toen riep stout Robbrecht kleine: Gij zijt de liefste mijne,
Komt mij hier helpen uit

Och amptman, zeid zij, amptman, wilt gij mijn woord verstaan?
Ik bid genade here, geeft mij doch wel ter ere,
Deze jongsten los te gaan.

T' en baat geen bidden of kermen, genade zal er niet zijn,
Gij en geen troost verwerven, de jonge held moet sterven,
Al doet mij het herte pijn

Die ons dit liedeke dichtte, hij hield ook goede moed.
Inde toren dat hij stichtte, zijn hert was hem zo lichte,
Al stortte hij zijn bloed.

walter

Toegevoegd door walter op ma 20 maart, 2006 4:35 pm

Auteur: ?
Componist: ?
Uitgever: ?
Alle teksten en andere informatie over deze groep mag op deze site gepubliceerd worden
Taal: Nederlands

Reacties

CommonCrawl [Bot]

Volg Muzikum