Wieteke van Dort

Van die witte, schichtige lijnen,
die schichtig glijden door gordijnen
en verdwijnen,
die als swingende hazewinden
gaan dringen om me vast te binden,
als ze me vinden.
Van die klierig gierende dieren,
die stiekem spieken door de kieren.
Wat een klieren!
Of ze kwamen vaak door de ramen,
waar ze ’s avonds laat m’n kamer innamen,
allemaal samen.

Daar lig ik meestal wakker van:
dat het lichtenbeest me pakken kan.
Ik kan niet slapen, al ben ik moe.
Het lichtenbeest dat slaat weer toe.

En m’n vader steeds maar beweren:
‘Dat zijn maar auto’s van meneren
Die passeren.
Daar hoef jij toch niet van te dromen?
Er zal je heus niets overkomen,
bange slome!’
Maar ik ga nu, als ze weer dreinen,
m’n zaklantaren laten schijnen.
En ze verdwijnen!
Dus ik heb er iets op gevonden,
waar ze net niet tegen konden.
Als ze bestonden…

Ik lig er niet meer wakker van:
dat het lichtenbeest me pakken kan.
Ik ga nu slapen, want ik ben moe.
M’n zaklantaren dekt me toe.

GM1970

Toegevoegd door GM1970 op za 02 jul, 2011 1:45 am

Auteur: Karel Eykman
Componist: Harry Bannink
Uitgever: ?
Alle teksten en andere informatie over deze groep mag op deze site gepubliceerd worden
Uitgegeven in: 1981
Taal: Nederlands

Reacties

CommonCrawl [Bot]

Volg Muzikum