Hans van Deventer

Hans van Deventer
De drie bellen

Het was de avond van hun trouwen, wat een jolijt
Men at van de zoutjes, men vrat van de tijd
Oom Karel, beschonken, zei wat ieder dacht
Nog effe dan komt ie, de huwelijksnacht!

En Arie, Gijs en Cornelis glommen van pret
Want zij bonden bellen, drie koperen bellen
Aan de matras van het bed

Terwijl de vrolijkheid ontaardde in platte lol
Met stoelendans, toeters, gezoen en gesol
Plukte het bruidje aan haar bruidsboeket
Dat in een glas bij haar bord was gezet

En voelde honderden ogen onder haar rok
Ogen die lachten, iets van haar verwachtten
Net als het slaan van de klok

Toen ging het bruidspaar naar de kamer onder het dak
Boven klonk regen, beneden gesmak
Ze leken twee zieke pauwen op de rand
Van het beroddelde fopledikant

Ze zagen scheel van de hoofdpijn, spraken geen woord
Want ieder kuchje, hikje of zuchtje
Werd als iets anders gehoord

Nadat het eerste ochtendgloren hen had bevrijd
Ontlaadde het zwijgen in een verwijt
Zij wierp zich wanhopig op het ledikant
En huilde met schokken haar ogen in brand

En Arie, Gijs en Cornelis brulden van pret
Ze hoorden de bellen, de koperen bellen
Aan de matras van het bed

Sanderxx

Toegevoegd door Sanderxx op vr 18 mei, 2012 9:30 am

Auteur: Hans van Deventer
Componist: Hans van Deventer
Uitgever: His Master's Voice, Studenten Gramofoonplaten Industrie
Uitgegeven in: 1965
Taal: Nederlands
Beschikbaar op: Jeugdgodinnen (1967)

Reacties

CommonCrawl [Bot]

Volg Muzikum