Herman Vinck

Herman Vinck, Oebele
Iedereen kan...

Je denkt misschien: ik kan het niet alleen an.
Je denkt misschien: ga liever maar naar huis.
Ik wil niet om de moeilijkheden heengaan,
ik zing gewoon in mijn eentje op de buis.

Iedereen kan een liedje zingen,
iedereen kan wel gekkere dingen,
dingen die hij op een feestje doen kan.
Iedereen kan wel touwtje springen,
iedereen kan ‘Catootje’ zingen.
Enkel een artiest verdient er poen an.
Er zijn mensen met een heel klein streepje voor:
ik kan een man die goed kan klapperen met zijn oor.

Iedereen kan een grapje maken,
iedereen kan een stapje maken.
Goed beschouwd, er is niet eens zoveel aan.
Niemand die een geintje weet,
een rijmpje of refreintje weet?
Wie? Wie kan op zijn kop staan?

O, er is niemand…

Iedereen kan een geintje nadoen,
iedereen kan met moe de vaat doen
zonder dat er meer dan één ding stuk valt.
Als je een keer het loodje legt,
het komt wel op z’n pootjes terecht.
Het geeft niet of je het eens een keer verknalt.

Djenghis Khan met zijn Mongoolse horde
verinneweerde elke grote stad.
Als kind brak hij bij moeder thuis de borden,
als jongen heeft hij vaak een lel gehad.

Iedereen heeft zijn eigen fouten,
iedereen moert zijn eigen bouten,
iedereen gooit eens roet in eigen maaltijd.
Dat moet je echter niet weerhouden
nooit je grote mond te houden,
anders ben je de aandacht helemaal kwijt.
Ik zing gewoon een liedje voor de vuist op straat:
zolang de lepel nog maar in de brijpot staat!

Iedereen kan een mop vertellen
of iets doen, eh, koppensnellen…
als het effe mag van de politie.
Niemand die niet wat fluiten kan,
een versje of zo van buiten kan.
Kom maar voor de televisie!
Eerst een korte repetitie…
Niemand die niet wat kan!

GM1970

Toegevoegd door GM1970 op do 23 jun, 2011 1:22 pm

Auteur: Bram van Erkel
Componist: Joop Stokkermans
Uitgever: ?
Uitgegeven in: 1969
Taal: Nederlands

Reacties

CommonCrawl [Bot]

Volg Muzikum