Boudewijn de Groot

Boudewijn de Groot - De nachtwacht lyrics

Your rating:

De stad spoelt in het donker dicht,
de toren slaat het laatste uur
en langs de grachten vonkt rood licht
als imitatie hellevuur.
De nachtwacht met z'n blinde kop,
klimt langs de bruggen, stijf en grijs,
zijn roep weerkaatst in steeg en slop,
een trage langvergeten wijs.

Twaalf, één, ik houd de wacht,
de klok heeft geslagen,
't zal spoedig weer dagen
en koud is de nacht.

Zijn zachte voetstap in 't plantsoen,
die tweelingschimmen vluchten doet,
trekt slepend door het donkergroen,
hij glimlacht wijs en bitterzoet.
Een grijze man ligt op de straat
en zingt zijn lied van brandewijn,
wanneer de nachtwacht langs hem gaat
dan stemt hij in met het refrein.

Twaalf, één, ik houd de wacht,
de klok heeft geslagen,
't zal spoedig weer dagen
en koud is de nacht.

Dan wordt de hemel porselein,
het laatste rode licht, dat dooft
het fluiten van de eerste trein,
de nachtwacht schudt zijn bruine hoofd,
ontvlucht het zonlicht in een kroeg
en leunend op z'n hellebaard
verdrinkt hij daar de dag al vroeg,
een dauw van tranen in zijn baard.

Hij kan niet leven overdag,
hij vliegt zich in de zon kapot,
geen mens die hem ooit anders zag
dan als een grote grijze mot.

Twaalf, één, ik houd de wacht,
de klok heeft geslagen,
't zal spoedig weer dagen
en koud is de nacht.
Get this song at:
bol.com
amazon.com

Copyrights:

Author: Lennaert Nijgh, Boudewijn de Groot

Composer: ?

Publisher: ?

Details:

Language: Dutch

Share your thoughts

This form is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

0 Comments found