Text:
Ze zijn er, de zachten
Ze zwijgen, ze wachten
Geen kik is te horen
Ze willen niet storen
Ze zijn er, ontelbaar
’t Is niet en ’t is wel waar
Ze draaien als winden
Je kan ze nooit vinden
Je denkt: waar? Ik geloof mijn oren niet
Ben ik van steen ben ik van lucht?
De wereld een gerucht?
In ’t kleine en in ’t grote, Ben ik blind?
20.000 mijlen diep in mij
Leeft nog een pienter kind
Wil ze niet, ‘t is er niet
Daar waar van alles is
Ze zijn er als het gaat
Om iets dat niet bestaat
Ze zijn er, ze schuilen
Het mist als zij huilen
Jij werkt als zij staken
Jij droomt als zij waken
Toch ken ik een paar gasten, hier en daar
Sancho Panza, Robinson, Nemo van de Nautilus
Voor hen waren dromen werkelijk waar
Wat er aan de hand is met Atlantis
Elke baby, duizend jaar
Ze zijn er, ze schuilen
Het mist als zij huilen
Jij werkt als zij staken
Jij droomt als zij waken
Je denkt: waar? Ik geloof mijn oren niet
Ben ik van steen ben ik van lucht?
De wereld een gerucht?
In ’t kleine en in ’t grote, Ben ik blind?
20.000 mijlen diep in mij
Leeft nog een pienter kind