Text:
Ik zie soms een vrouw die pizza eet
Met onderkin en overbeet
Één brok eerste-wereldleed
Een vet- en caloriemagneet
Zo'n vrouw die alles maar laat gaan
Een vleesgeworden oprijlaan
Die nooit een keer meer iets zal staan
Al trekt ze ook iets prachtigs aan
Dat ik verbaast sta, dat dat kan
Dan denk ik: heeft zo'n vrouw een man
En hoe komt zo'n vrouw daar an
En hoe doet zo'n man dat dan
Kijkt zo'n man daar dan doorheen
Ziet hij in dat afgegraven veen
In dat wandelend gangreen
Een fraai geslepen edelsteen
Die vroeger prachtig is geweest
Hooghartig, trots en onbevreesd
Rondgelipt en slank van leest
Naar haar te kijken was een feest
Haar lippen rood als bessenjam
Een zachte, sensuele stem
De crème de la mooie-meisjescrème
Uit alle jongens koos ze hem
Ze heeft haar beste tijd gehad
Maar hij is haar nog steeds niet zat
Hij ziet geen volgevreten pad
Geen nauwelijks doorwaadbaar wad
Hij ziet alleen zijn lieve schat
Mooi, mooi, mooi, mooi
Mooi, mooi, mooi is dat