Text:
De sterren hangen uit;
de wind zingt in de bomen,
Daarbuiten klinkt een luit
De herders zijn gekomen.
Douw, douw, kindje douw,
doe d'oogjes toe en slaap maar gauw.
O Lieve Vrouwke, wacht
We zullen U wat geven,
een warme schapenvacht
en nog een brood of zeven.
Douw, douw, kindje douw,
doe d'oogjes toe en slaap maar gauw.
En kijk, het Kindje lacht,
zo liefelijk, zo teder,
En wij, 't is middernacht,
wij knielen biddend neder.
Douw, douw, kindje douw,
doe d'oogjes toe en slaap maar gauw.