JE VOYAGE
KATIA:
Dis, que fais-tu là, mon soleil, sur ce banc,
Le regard perdu sous tes cheveux d'argent
CHARLES:
Je regarde fuir mes ultimes printemps
Emportés par mille chevaux blancs
Je voyage, je voyage, vers les lieux bénis de ma vie
De voyage en voyage, à travers erreurs et acquis
Sans bagage, par images, par le rêve et par la pensée
De voyage en voyage, sur les vagues de mon passé
KATIA:
Ce voyage dans les limites
De vos regrets, de vos remords,
Est-ce un refuge, est-ce une fuite,
Ou bien une aventure encore?
CHARLES:
Sur l'eau calme de mon âge, où l'orage ne tonne plus
De virage en virage, vers mes plages de temps perdu
Je voyage
Et toi jeune fille, aux sources de ta vie
Fugueuse à seize ans, que fais-tu par ici?
KATIA:
Je vais au devant du comprendre et savoir,
Voir la vie de l'envers des miroirs
Je voyage, je voyage et je cours pour aller de l'avant
De voyage en voyage, sac au dos, cheveux dans le vent,
Parfois folle, parfois sage, refusant les idées reçues
De voyage en voyage, dans l'espoir de trouver un but
CHARLES:
Tu es l'enfant d'entre deux guerres, d'un monde cru,
Au désarroi d'hommes et de femmes de misère,
Sous le joug du chacun pour soi
KATIA:
De rivage en rivage, pour des grèves à découvrir,
De mirage en mirage, vers les rives de l'avenir
DUO:
Je voyage, je voyage, un peu plus de jours et de nuits
De voyage en voyage, à travers rêve et insomnie
Par temps clair, ou d'orage, d'un pied léger ou d'un pas lourd
De mirage en mirage, par la mémoire et par amour
Je voyage.
Katia:
Zeg, wat doe je daar, mijn zon, op die bank,
de verloren blik onder je zilveren haren.
Charles:
Ik kijk naar mijn ultieme lentevlucht
door duizend witte paarden meegevoerd
Ik reis, ik reis naar de gezegende plaatsen van mijn leven
van reis naar reis door fouten en verworvenheden
zonder bagage, met beelden, met de droom en met de gedachte
van reis naar reis, op de golven van mijn verleden
Katia:
Deze reis naar de grenzen van je spijt, van je berouw,
is het een schuilplaats, is het een vlucht, of toch nog een avontuur?
Charles:
Op het kalme water van mijn leeftijd, waar het onweer niet meer dondert,
van draai naar draai, naar mijn stranden van verloren tijd.
ik reis
En jij jong meisje, in de bron van je leven
weggelopen op je zestiende, wat doe jij hier?
Katia:
Ik ga voor het begrijpen en weten,
zie het leven ondersteboven in de spiegels
Ik reis, ik reis en ik ren om vooruit te gaan
van reis naar reis, rugzak, haren in de wind,
soms dwaas, soms wijs, de heersende opvattingen weigerend
van reis naar reis, in de hoop om doel te vinden
Charles:
Je bent een kind van tussen twee oorlogen, een harde wereld,
de van ellende verwarde mannen en vrouwen,
onder het juk van ieder voor zich
Katia:
Van kust naar kust voor de te ontdekken stranden,
van luchtspiegeling naar luchtspiegeling, naar de oevers van de toekomst
Charles en Katia:
Ik reis, ik reis nog wat meer dagen en nachten
van reis naar reis door dromen en slapeloosheid
helder weer of storm, met een lichte voet of met een zware stap
van luchtspiegeling naar luchtspiegeling, met de herinnering en met liefde
ik reis.
Author: Charles Aznavour
Composer: Jean‐Pierre Bourtayre
Publisher: Barclay