Gerard Cox

-Vrienden, broeders, zusters. Wat een blijde gezichten zijn we aan het einde van deze bijeenkomst om ons heen. Twee uur geleden zaten we hier bedrukt, belast en beladen en nu is er geloof en hoop. Is dat niet wonderbaar/
-Ja, dat is wonderbaar. De blijde boodschap is over ons gekomen. Waar het duister was, is het licht geworden. Velen van ons zijn genezen. Ledematen die waren verlamd, zijn weer gaan bewegen. Is dat niet wonderbaar?
-Ja, dat is wonderbaar. Een nieuw leven heeft zich geopenbaard, het leven van het hiernumaals. Verleden is onze angst en zorg voor morgen of overmorgen of nog later.
-Glorie, glorie
-Ja, glorie, hallelujah
-In velen van ons wil die vreugde zich uitzeggen. Wij moeten getuigen dat het een aard heeft. Misschien zijn er onder u nu die willen getuigen?
-Amen. Ja, ik.
-Een zuster die wil getuigen. Is dat niet wonderbaar
-Ja, dat is wonderbaar. Mensen, ik was tot op heden een slechte vrouw. Nooit wilde ik uit. Altijd zat ik maar thuis met één boek of met één handwerkje. Ik beken het openlijk. Vaak ook keek ik naar de televisie. Ik schaam mijn eigen diep, maar nu gevoel ik mij opeens bevrijd en licht
-Is dat niet wonderbaar
-Ja, dat is wonderbaar
-Ik ben gered
-Amen
-Voortaan zal ik elke avond daar staan. Als het niet naar het theater is, dan is het wel naar het bierhuis of een dansgelegenheid. Ik zal vanavond nog mijn breiwerkje uithalen en mijn televisie met een bijl vermorzelen
-Is dat niet wonderbaar?
-Ja, dat is wonderbaar
-Amen
-Hallelujah
-Ik weet dat ook velen onder u het geluk deelachtig is geworden. Laten zij getuigen
-Amen

-Of laat ons voor hun getuigen. Die broeder daar op de vijfde rij, ik ken hem. Altijd dronk hij melk, soms appelsap. Daarnet in de pauze reeds had hij vier glazen bier voor zich staan. Is dat niet wonderbier?
-Ja, dat is wonderbaar. Of die broeder daar schuin achter. Altijd kwam hij hier met zijn vrouw. Hij is genezen. Nu zit hij daar met z’n vaste vriend. Is dat niet wonderbaar?
-Hallelujah. Broeders, zusters, welke wonderen zijn aan ons hedenavond geschied. Wij kunnen nog niet uiteen gaan. Wij zullen eerst nog van onze nieuwe zekerheid getuigen in samenzang.
-Ja, want dit is het leven. wij zijn ‘Achter het nieuws’, ‘Hier en nu’ en ‘Het brandpunt’. Dit hebben we vast
-Dit hebben we vast.
-Welk een vrije geluiden. We halen de luit erbij en de rinkelboom. Laat het hier schallen aan ’t einde van onze samenkomst

Zo zijn we weer genezen
Niemand van ons heeft pijn of zorgen meer
Zo zijn we weer genezen
Dankzij ons samenzijn

Dus laat ons vrolijk wezen
En draag de boodschap uit over heel de wereld
Dus laat ons vrolijk wezen
En laat ons vrolijk zijn

Glorie, glorie, glorie, gloria
Het leven is mooi bij een harmonica
En voldoende alcoholica
En wat liefde op z’n tijd

Het zal vast mooi zijn in het hiernamaals
Met die engelen en zo
Maar zo lang hier nog zoveel bloot ligt
Krijg je dat van ons kado
’t Blijft een gokkie van dat hiernamaals
Want d’r kwam d’r nooit een terug
Je moet pakken wat je maar kan pakken
Pak je buurvrouw en vlug

En is dat nou niet wonderbaar
Die lach op uw gezicht
En blijkt daaruit niet zonneklaar
Hoezeer u bent gesticht

En er is nog bier, bier, bier
Bier in onze tent
Niet zover van hier
Is dat bekend, in onze tent
Is dat bekend, in onze tent

En d’r is nog dope, dope, dope
Om de hoek te koop
Bij een voormalig delinquent

-Laat de waarheid zegevieren

En de travestiet en de homofiel
Ze hebben allemaal een ziel
En wie weet als wij ’t ook probeerden
Of het ons dan niet beviel

-Een homofiel is ook een mens

En een bigamist en een souteneur
Die doen ’t vaak buiten de deur
En dat hoeft voor ons niet daag’lijks
Maar het doorbreekt toch wel de sleur

En wat doen we met een vrouw die nog gelooft
Broeder Gerard legt z’n handen op d’r hoofd
Broeder Frans kijkt in d’r ogen
Met het diepste mededogen
En het vuur van haar religie is gedoofd

-Hé, broeder, zal ik eens even lekker redden?

Morgenochtend is haar lichaam niet meer krank
Niet meer krank
Morgenochtend zit haar lichaam vol met drank
Morgen zullen we d’r bevrijden
En naar ‘t Zuiderbad geleiden
En dan lazeren we d’r van de hoge plank

Ja, ja, jongens verlagen
is jenever, is jenever
Ja, ja, jongens verlagen
is jenever, is jenever des heils

Want met een kruik aan je mond
En een stuk in je kont
Krijg je geen maaien
En dan blijf je gezond

Ja, ja, jongens verlagen
is jenever, is jenever des heils

O, er is nog zo veel leed, halleluja
Daarvan hebben wij geen weet, halleluja
O, waar moet de wereld heen, halleluja
Ja, we nemen er nog één, halleluja

Bordenwasser, bedelaars
agent en predikant
ruitentikker, tandarts
modinette, fabrikant
Kardinaal en kamerlid
Student en protestant
Draag de boodschap uit door ’t land

Glorie, glorie, glorie, gloria
Het leven is mooi bij een harmonica
En voldoende alcoholica
En wat liefde op z’n tijd



Bedelaar, pianostemmer
Hoer en socialist
Glazenwasser, kunstenaar
Behanger, journalist
Metselaar en generaal
Pastoor en trompettist
Iedereen komt in z’n kist

Takketakketaktam
Tongelongtongelong

Glorie, glorie, glorie, gloria
Het leven is mooi bij een harmonica
En voldoende alcoholica
En wat liefde op z’n tijd

Klotedibber, boerenlul
Jan Zak en hoge piet
Vader, kijk ‘m kruipen
Zeikerd, snoeperd, parasiet
nagelbijter, snoepeschijter
Stoot en hypociet
Zingen allemaal dit lied

Glorie, glorie, glorie, gloria
Het leven is mooi bij een harmonica
En voldoende alcoholica
En wat liefde op z’n tijd

Sanderxx

Submitted by Sanderxx at Mon 23 May, 2011 11:38 pm

Author: Frans Halsema, Michel van der Plas
Composer: Frans Halsema
Publisher: Philips
Published in: 2002
Language: Dutch

Reactions

CommonCrawl [Bot]

Follow Muzikum