Gerard Cox

Frans Halsema, Gerard Cox
Sentimental Journey

Tsjierio, tjierio
In de sauna daar zingen ze zo

-Het is warm, hè?
-Ontzettend
-Ja, je krijgt het nodig, hè
-Ja, ik kom elke week een uurtje zweten, meneer
-Heb u dat nou ook?
-Dit
-Hm
-Nee
-Dit
-Dit, dat komt van dat

D’r zat vijf jaar de mot in
Maar d’r zit nu schot in
En Hollanders willen we zijn

-Ja
-Jullie moeten allemaal de groeten hebben van m’n tante
-Ze lijkt op Doris Day
-Ja
-U bent ook zo’n beetje van mijn leeftijd, hè. U ziet er iets ouder uit.
-Ja, nou ik word al grijs, meneer, maar ik loop dan al tegen de dertig
-Dan weet u ook nog alles van die goeie ouwe tijd, hè
-Na de oorlog: Bonte dinsdagavondtrein
-Negen heit de klok
-De showboot. Toen bleef je voor de radio nog thuis, meneer
-Ja, nou, meneer, Op zaterdagmiddag: The Kilima Hawaiia

Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur
En een pot augurken in ’t zuur


-Ja, ik zie me nog bij de radio staan in m’n drollenvanger
-Nou, ik kan me nog herinneren meneer dat Koninginnedag eind augustus viel. Dat was in de tijd dat de eerste NSB’ers weer aarzelend mee gingen hossen
-Toen was het koningshuis, het koningshuis ook nog. Een Koninklijke geboorte was toen een uitzondering.
-Ach, wat heet, meneer. Daar ging je toch de straat voor op met een oranje sjerp om.

Daar zijn de appeltjes van Oranje weer


-En dan waren je ouders ’s avonds toch nooit thuis. Dan waren ze of naar het theater of naar dansles. Toen had je de grote drie nog: Bandy, Snip, Snap.


Louise zit niet op je nagels te bijten
Bah, wat vies Louise

-Komt een mevrouwtje bij de dokter. ‘Dokter, wil u me onderzoeken?’ De dokter zegt: ‘Jazeker. Kleedt u zich maar uit, mevrouwtje’ Ze zegt: ‘Waar zal ik dan m’n kleren neerleggen?’ Hij zegt: ‘Legt u ze maar op de mijne’
-Ja
-Toen waren we nog één in die dagen, meneer. Als je een straat vol met mensen zag, wist je: daar komt een jongen terug uit Indië.
-Ja, dan zag je zo’n grote groene ereboog met ‘Welkom thuis’ erop. Wisten wij veel wat ze er uitgevreten hadden.
-Toen had je nog de uitzendingen voor de jongens over zee


Tadaa, tadaa, tadadadadada
De Nederlandse strijdkrachten ter land ter zee en in de lucht
Papadapadadada, papada pada
Taratata taratata

-Meneer, kunt u zich nog herinneren als het slecht weer was, hoe dat kwam?
-Van de atoombom
-Ja
-Toen had je het IJzeren Gordijn ook nog, weet je wel?
-Ja, maar dat gaf niks, want onze bevrijders lagen in Duitsland, wat toen nog onze vijand was
-En dan ’s avond stiekem luisteren naar:

This the A.F.M. American Forces Network in Germany

-En dan wist je de andere dag alle grote tophits, hè. Ja


She’s my truly, truly fair
Truly, truly fair

-U de tweede stem

How I liove my truly fair
There's songs to sing her, pling pleng to pling plur



Do not forsake me, oh, my darlin':
You made that promise as a bride.

If your sweetheart seems to hang around

Your father was crying
Your mother was crying
And I was crying too

Shadows fallin', sandman's callin'
There goes the man with the banjo
Dayligh’s strummin’, folks are hummin'
On his merry old way

Gonna make a Sentimental Journey
Gonna set my heart at ease
Gonna take a Sentimental Journey
To renew old memories

Seven lonely days make one lonely week, o my darling
Seven lonely nights make one lonely me, o my darling I’m crying
Ever since the time you told me we were thru, , o my darling I’m sorr
Seven lonely days I cried for you


Pada da dada pada

I was dancin' with my darlin'
To the Tennessee waltz
When an old friend
I happened to see

- U danst lekker. Ach, meneer, de Amerikanen dat waren toen toch nog onze vrienden. D’r werd toen nog niet gedemonstreerd. Die vochten alleen maar eerlijke oorlogen
-Korea, daar stonden we toen toch allemaal achter. Dat was voor veel beroepsmilitairen die na Indië zonder werk zaten een hele uitkomst, meneer.
-Toen was de pil nog niet verboden
-Toen moest je nog gewoon naar de kerk
-En voor ’t zingen er weer uit
-Ja, meneer de mensen lachen er wel eens om, maar dat was een rottijd, hoor
-Schei uit
-Jonge jonge
-Oppassen geblazen, meneer
-Toen lagen de mensen nog krom voor de geboortegolf. Ja
-Toen wisten de mensen nog wat ze op zaterdag moesten doen, meneer
-Ja. En hoe gingen de mensen naar hun werk?
-Op de fiets
-Op de fiets. En toen waren de wegen nog niet verstopt in het weekend. En wat gingen de mensen dan gezellig doen?
-Dan gingen de mensen fietsen. En wat kreeg je toen de banden van de bon waren?
-Een fiets
-Een fiets
-Het frame van je opa en het voorwiel van de buurman, het achterwiel van de fietsenmaker.
-Maar dan had je iets moois. Ik had iets moois, meneer. Moet u luisteren. Ik kon niet bij de trappers
-Ja, dat wou i net vertellen. Mijn fiets was ook te groot
-Nou, dat lag bij mij anders. Mijn fiets was te klein, maar dat doet er niet toe. En ik kon ook niet bij de trappers. Dan heeft uw vader er waarschijnlijk van die grote blokken op gemaakt
-Ja, dat wil ik net vertellen. Nou dan zat ik op mijn gezondheidszadel, weet u dat nog?
-Had u een gezondheidszadel
-Ja
-Ja, u loopt er nog een beetje naar
-Ja, ik ben die gleuf nooit meer kwijt geraakt
-Zeg, zeg meneer
-Ja
-Zeg, meneer
-Ja
-Kunt u zich nog herinneren wat Fanny Blankers-Koen kreeg toen ze vier gouden medailles had gewonnen op de Olympische Spelen in Londen van het gemeentebestuur van Amsterdam?
-Een fiets
-Een fiets. Maar ja, een fiets was toch een ideaal vervoermiddel. Je trapte je rot, maar je kon ‘m nog kwijt, niet waar.

M'n achterband is wel wat zacht
Maar 't geeft niet, lieve pop
Spring maar achterop
Spring maar achterop
Spring maar achterop

En als ik tweemaal met m'n fietsbel bel
Nou dan weet je het wel, nou dan weet je het wel
En als ik, tweemaal met m'n fietsbel bel
Nou dan weet je het wel

-Zeg, ken u die bak nog van die twee gekken?
-Nee
- Moet u eens luisteren. Er waren twee gekken die gingen wandelen. Die komen bij een schutting. Die ene klimt erop. Die zegt: ‘O, ‘k zie allemaal naakte mensen.’ Toen zegt die ander: ‘O, wat zijn het dan, mannen of vrouwen?’ Zegt ie: ‘Dat kan ik niet zien. Ze hebben geen kleren aan’
-Ik ken ook nog een goeie van een appel en een drol. Moet u horen, is ook ’n mooie. Een appel en een drol drijven in de gracht, maar het is een hele arrogante appel die kijkt nauwelijks naar die drol om. D’r komt een jongetje langs die vist die appel uit de gracht en raad eens wat die drol zegt. ‘Dag appeltje, tot mogen’
-Die hoor je toch vandaag de dag niet meer, meneer

Ik liep laatst op het stille strand van Zandvoort aan de Zee
Daar zag ik toen een grote kist die in de branding lee
Ik viste 'm op en keek er eens in en raad eens wat ik zag
Ik zag een knaap van een XXX die in dat kistje lag
Ik zag een knaap van een XXX die in dat kistje lag


-Een land van water, meneer
-Nederland, jazeker meneer. Weet u nog het toppunt van gladheid
- O nee
-Een paling in een emmer snot
-Ja. En het toppunt van snelheid: Van de Westertoren afpissen en het zelf weer opvangen.


Waterval, flonkert als vloeibaar kristal
‘k Wil naar jou wederkomen, komen, komen, komen

Hiep hiep hoera, wat een rumoer
Ze zongen van we gaan niet naar huis
En ze gingen door de vloer

En hoog in de Alpen daar woont sinterklaas, jodele, jodele, dedie
Hij smeerde zijn reet in met Zwitserse kaas, jodele, jodele, dedie

-Hoe-oi
-Goeie van de pimpelhazelip
-Hoe-oi
-Zal ik ‘ns prikkeldraad bij u doen?
-Nee! Een luis op ’n toren? Een hoge piet
-Een stewardess in een hoge toren? Een wentelteef
-En een hoopje op het perron? Perrongeluk

Ik stuur jou dit boeketje rode rozen
Een voor elke kus die jij me gaf, kielekielekielekie
Waarom heb jij die ander toch gekozen
En keerde voorgoed je van me af

Op die verlegen nachtrit
Is torne me dit
Denkt hij steeds aan zijn blokhoedje
Dat woelige kind


-Pff, pfff
-Jan Tromp
-Fff
-Is dat het vogeltje
-Nee, ik heb geen spuug genoeg


Maar dat komt nooit meer terug
Dat is voorbij
Erik de Noorman en Dick Bos zijn al vergeten
’t Is niks bijzonders meer om nasi te gaan eten
En kap’tein Rob ligt heel ver weg en op dood tij
Er zegt nu niemand meer op straat: ‘Hé, kijk, een brommer’
Er rijdt geen kikker meer over de Bos en Lommer
Toen bliezen Lieftinck, Romme, Oud nog hun partij
Maar dat komt nooit meer terug, dat is voorbij
Toen had je Heintje Davids nog die afscheid nam
Minister Luns zat toen op buitenlandse zaken
Toen was er hier e n daar van woningnood nog sprake
En werd er strijd geleverd in en om Vietnam
Tweederde van de wereld leed toen honger
En Juliana was toen zeker tien jaar jonger
Toen was er tussen blank en zwart een groot verschil
Toen stond Wim Kan linksbuiten en nu stopperspil


I love my heart
I love that melody
It’s my favorite
Bring back that memory

Remember, when we were kids
On the corner of the street
We were rough and ready guys
But o, how we could harmonize

I love my heart
My friends were dear then
Too bad we have to part
I know a tear would glisten
And once more I could listen
To the gang that sang
Heart of my heart
To the gang that sang
Heart of my heart

Sanderxx

Submitted by Sanderxx at Mon 23 May, 2011 10:51 pm

Anonymous

Last updated by Anonymous at Mon 23 May, 2011 11:39 pm

Author: Frans Halsema, Gerard Cox, Alden Shuman, André Meurs, Ben Homer, Ben Ryan, Bob Hilliard, Bob Merrill, Boudewijn Leeuwenberg, Bud Green, Charles Grean, Churchill Kohlman, Cor Woldendorp, Dick van der Meer, Dimitri Tiomkin, Earl Shuman, Eddy Christiani, Ev
Composer: Bandy, Dieben, Merrill, Tiomkin, Washington
Publisher: Q two Entertainment
Published in: 1969
Language: Dutch
Available on: Springlevend (DVD2) (2010)

Reactions

CommonCrawl [Bot]

Follow Muzikum