Mijn vader is een beste kerel,
o, hoe vrolijk is die man.
Ja, mijn vader mag er wezen,
overdág, bedoel ik dan.
Ik moet ’s morgens voor mijn leven vrezen,
blijf uit zijn buurt zoveel ik kan.
God, wat is hij sikkeneurig:
bij het opstaan, bij het ontbijt
geeft hij iedereen een snauw.
Hij heeft voor niets en niemand tijd.
Luilak! Beddezak!
Mopperkont! Slaapzak!
Brompot! Bullebak!
Wat een gezeur,
zo’n ochtendhumeur!
’s Morgens vroeg niet te genieten,
dan maakt hij geen enkele grap.
Oei! Hij moppert op zijn eitje
of hij lust opeens geen pap.
Wij zijn muisstil bij het ontbijten…
Het is iets waar ik niets van snap.
’s Middags is hij zo veranderd,
dan speelt hij vrolijk met ons mee.
Aardig is hij en ook lollig
en alles is dan weer oké!
Luilak! Beddezak!
Mopperkont! Slaapzak!
Brompot! Bullebak!
Wat een gezeur,
zo’n ochtendhumeur!
Submitted by GM1970 at Fri 24 Jun, 2011 2:12 am