Rob De Nijs

Ik had mijn poppen op de plank gelegd;
ik had mijn opa goedenacht gezegd;
mijn moeder kwam, die het venster sloot;
mijn nachtpon werd te klein. Ze zei: ‘Wat word je groot!’

Ik zei: ‘Ik kan de wijzers van de toren zien:
als ik op mijn tenen sta, zie ik de tien.
En laat de deur maar niet open staan:
ik kan voortaan gerust alleen naar boven gaan.’

Tijd vliegt, tijd vliegt, tijd vliegt, tijd vliegt.

Ik ruik de bomen op het stille plein,
de maan, een schijf, ik in het raamkozijn,
het rauwe lachen in een verre kroeg
en alle dingen die ik stiekem aan de sterren vroeg.

Tijd vliegt, tijd vliegt, tijd vliegt, tijd vliegt.

Waar is de dag van gisteren
op een morgen als vandaag?
De dingen die je miste en
de dingen die je o zo graag.
Tijd vliegt en ik houd de tijd niet met mijn dromen bij,
dus sla je armen om me heen en slijt de tijd met mij.

Mijn moeder zei: ‘Ach jee, wat word je groot.’
Ik weet nog wat ik dacht toen ik mijn ogen sloot:
‘Morgen krijg ik een vuurrood lint,
een lint waarmee ik mijn haren naar boven bind.’

Tijd vliegt, tijd vliegt, tijd vliegt, tijd vliegt.

GM1970

Submitted by GM1970 at Thu 23 Jun, 2011 8:15 pm

Author: Harrie Geelen
Composer: Joop Stokkermans
Publisher: ?
Published in: 1975
Language: Dutch

Reactions

CommonCrawl [Bot]

Follow Muzikum