Rob De Nijs

Wat moet het, dacht ik, zalig zijn
wanneer een reus je kidnapt
en jij een jaar op houtjes bijt,
totdat je een vals gebit hebt
en denkt: ‘Hier kom ik nooit meer uit.’
Maar hee, wat zie ik ginds,
komt daar geen kleine stofwolk aan?
Och kijk, het is een prins!

Prinsen breken de voordeur open
met een machtige sabelhouw.
Draken moeten het duur bekopen;
reuzen krijgen te laat berouw.
Prinsen hakken de boel in diggelen,
om de dooie dood niet bang.
En alle traantjes die nog biggelen,
kussen ze keurig van je wang.

Een prins is lief en als een lam,
totdat een boef zijn mes trekt.
Dan raakt een prins in vuur en vlam,
waardoor hij de prinses redt.
Een prins hakt op de booswicht in,
maar nimmer met een knots.
En als een boef niet opgeeft,
stort hij krijsend van een rots.

Prinsen zwemmen de slotgracht over
met een machtige krauwelslag.
Blauwbaard zelf sloeg achterover,
jammer, op zijn ouwe dag.
Prinsen kunnen van liefde dromen,
onbereikbaar, eersterangs.
Waar geen sterveling ooit zou komen,
rijden ze heel toevallig langs.

Prinsen helpen iedere stakker,
hulp in nood is prinsenplicht.
Prinsen kussen iedereen wakker,
die in een glazen kistje ligt.
Prinsen hakken de boel in diggelen,
om de dooie dood niet bang.
En alle traantjes die nog biggelen,
kussen ze keurig van je wang.

GM1970

Submitted by GM1970 at Thu 23 Jun, 2011 8:08 pm

Author: Harrie Geelen
Composer: Joop Stokkermans
Publisher: ?
Published in: 1972
Language: Dutch

Reactions

CommonCrawl [Bot]

Follow Muzikum