Nooit heb ik liefde of aandacht gekregen
Ik werd een moeilijk opvoedbaar figuur
Toen ging ik ook nog eens diefstallen plegen
Ja, en dan stink je er in op den duur
Vlakbij ’t station moest ik gratis logeren
Lloyd Hotel heet het, een deftige naam
Voor een verblijf om je mores te leren
Stevige tralies achter je raam
En elke dag, en elke dag
Elke dag kijk ik naar de treinen
Want als ik vrijkom, dan weet ik het wel:
Dan kan ook, dan kan ook ik
Kan ook ik in de verte verdwijnen
Eindeloos ver van het Lloyd Hotel
Ik denk aan die mensen die mee mochten rijden
Sombere huizen trekken voorbij
Dan zien ze sloten en wolken en weiden
Daar is de ruimte, daar is het zo vrij
Misschien dat een jongen die hier heeft gezeten
Achter een ruit staat daarginds in de trein
En naar ons wuift, je kunt niet weten
Je ziet het allemaal net iets te klein
En elke dag, en elke dag
Elke dag kijk ik naar de treinen
Want als ik vrijkom, dan weet ik het wel:
Dan kan ook, dan kan ook ik
Kan ook ik in de verte verdwijnen
Eindeloos ver van het Lloyd Hotel
Als ik weer vrijkom dan zal ik gaan reizen
Op het station zal een man die daar staat
Dan wel zo goed zijn een trein aan te wijzen
Die inderdaad langs het Lloyd Hotel gaat
In mijn gedachten zal ik dan zeggen
‘Dag kameraden. Houd je maar stoer’
Dan zal ik rijden langs gras en langs heggen
En waar het heengaat hindert geen moer
En elke dag, en elke dag
Elke dag kijk ik naar de treinen
Want als ik vrijkom, dan weet ik het wel:
Dan kan ook, dan kan ook ik
Kan ook ik in de verte verdwijnen
Eindeloos ver van het Lloyd Hotel
En elke dag, en elke dag
Elke dag kijk ik naar de treinen
Want als ik vrijkom, dan weet ik het wel:
Dan kan ook, dan kan ook ik
Kan ook ik in de verte verdwijnen
Eindeloos ver, eindeloos ver
Eindeloos ver, eindeloos ver van het Lloyd Hotel
Submitted by Sanderxx at Mon 23 May, 2011 2:43 pm