Wij weven de prachtigste zij
Maar voor anderen wordt het gemaakt
En wijzelf blijven arm en naakt
En goed eten is er niet bij
Nooit keert voor ons het getij
Het gebrek blijft steeds even groot
In de morgen heel weinig brood
En daarna zelfs geen mondjesmaat
En terwijl je van armoe bezwijkt
Is er één die zich aldoor verrijkt:
Hij die ons hier werken laat
Als de nacht in het venster staat
En heel de langdradige dag
Ze dreigen met slaag en ontslag
Als het eventjes niet meer gaat
Als je ’t eventjes rusten laat
Wij weven de prachtigste zij
Maar voor anderen wordt het gemaakt
Submitted by Sanderxx at Mon 23 May, 2011 1:10 pm